Ik zou me geen leven kunnen voorstellen zonder boeken. Met lezen en manuscripten redigeren voor uitgeverijen en het schrijven over literatuur verdien ik de kost. Thuis lees ik met liefde voor aan mijn kinderen, ik ben een fervent literaire-festivalganger en schrijf voor mijn plezier.
Een favoriet boek heb ik niet – noem ik er één, dan doe ik er heel veel tekort. Bovendien wisselen mijn favorieten voortdurend. Maar als ik er een paar moet bedenken die ooit mijn blik op de wereld verruimden? Door Mio mijn Mio van Astrid Lindgren begreep ik dat je bang en moedig tegelijk kunt zijn. Ik vond het bevrijdend om in De harde kern van Frida Vogels te lezen over ándermans gepieker op de millimeter, zelftwijfel en het verlangen gekend te worden. En in De opwindvogelkronieken van Haruki Murakami herkende ik het verlangen te vluchten als het moeilijk wordt – je kunt er beter van terugkeren.
Literatuur hoeft niet op een voetstuk, integendeel. Je kunt er iedereen mee bereiken, ook mensen die er weinig of geen ervaring mee hebben. Wat ik meemaak als gastapotheker bij de Culturele Apotheek en wat steeds inspireert, is dat elk gesprek iets oplevert: een inzicht, herkenning, verrassing, ontroering. Én een recept. Voor elke kwaal is er een roman (of twee of drie, of meer), er is zo onuitputtelijk veel moois en geschikts geschreven. ‘Jullie hebben zeker een standaard boekenlijstje voor bepaalde kwalen,’ zei een bezoeker eens aan het eind van de dag. ‘Hoe vaak hebben jullie deze titels vandaag al voorgeschreven?’ We bekeken het recept nog eens en konden met onze hand op ons hart verzekeren: ‘Nu voor het eerst.’

