Een haperende tong

De 13-jarige Jason heeft een spraakgebrek. Maar meer dan dat: last van opgroeien. Van niet weten hoe zich gedragen tegen het meisje dat hij leuk vindt. Van irritante klasgenoten. Van angst om uitgelachen te worden omdat hij graag gedichten schrijft. Van ouders die met elkaar in de clinch liggen en een zus die hem niet ziet staan. Daar valt een beetje stamelen eigenlijk bij in het niet. Hoewel: “Hangman is verdomd genadeloos deze maand januari”. Het is Hangman, zoals Jason zijn weigerende tong noemt, die besluit welke woorden er niet lekker uitkomen. Jason is een meester in het ontwijken van die woorden. “De enige manier om Hangman te slim af te zijn, is om één zin vooruit te denken, en als je een stamelwoord aan ziet komen, je zin te veranderen zodat je het niet hoeft te gebruiken.” Blokkeert Hangman sigaretten? Dan neem je gewoon peuken, of Marlboro’s.
Als lezer volg je Jason een jaar lang. Een jaar waarin Hangman steeds opdringeriger wordt, juist nu hij onder vuur ligt van een aantal pestkoppen. Soms als hij met een meisje praat is Jason “zo nerveus dat zelfs Hangman ervandoor was om zich ergens te verstoppen”. Maar in de klas schept Hangman er genoegen in Jason voortdurend voor paal te zetten. In Jasons hoofd woont naast Hangman ook Kruiper, die hem steeds toesist te duiken, zich gedeisd te houden, geen aandacht op zich te vestigen, alles gelaten over zich heen te laten komen. Tot Ongeboren Tweelingbroer zich ermee gaat bemoeien…
Dertien geeft een prachtig inzicht in het gevecht met de tong dat stamelaars en stotteraars kunnen hebben. En laat ook zien hoe ze zich kunnen bevrijden uit de houdgreep van hun eigenste Hangman, zodat de woorden weer vrijelijk kunnen stromen.
Dertien – David Mitchell
Vert. Arthur de Smet
Querido, 2006
