image_pdfBekijk PDFimage_printPrint PDF

Gusta Reichwein ging in 2021 aan de slag als vrijwillige leesbegeleider van een aantal samenleesgroepen in Amsterdam. Geraakt en geboeid door wat er in de samenleessessies gebeurt, zette ze onlangs wat observaties op papier. Het resultaat is een kleine ode aan de ouderen die samenlezen in een Amsterdamse dagbestedingslocatie én aan de teksten die worden gelezen. Hieronder een paar passages uit Gusta’s brief.

“‘Lezen, dat vruchtbare wonder van uitwisseling in het hart van eenzaamheid’. Het was in januari een mooie en toepasselijke nieuwjaarswens van de Culturele Apotheek, want in coronatijd is de wereld klein geworden, zeker voor ouderen. Het samenlezen biedt troost, geborgenheid, plezier en prikkelt de fantasie. Met groot gemak gaan we aangedreven door verbeeldingskracht op reis en nemen elkaar mee naar verre oorden. We reizen naar geboortegronden in Suriname, India, Amsterdam Oud-West en de Jordaan, we bezoeken het huis van grootouders of gaan terug naar school, praten met overleden geliefden en ook dieren worden op allerlei manieren gekoesterd. Als reactie op het gedicht van Elizabeth Bishop over het strandlopertje vertelt de frêle oude dame met een stem als een klok over haar nichtje dat heeft gebeld om te zeggen dat ze haar hondje heeft vernoemd naar het vogeltje dat jaren geleden in het huis van haar tante rondvloog. De oude dame heeft de vriezer geopend om het vrolijke nieuws te vertellen aan haar beminde vogeltje dat ze daar ijskoud als een kostbaar kleinood bewaart.

Neeltje Maria Min roept met ‘Noem me bij mijn diepste naam’ heftige emoties op, maar ook hilarische verhalen. Zo deelt iemand haar grootmoeders naam met nog acht nichtjes, en is een ander genoemd naar een tv-omroepster, omdat haar vader zijn schoonmoeder weigerde te vernoemen en zijn vrouw op haar beurt een veto uitsprak over de naam van zijn moeder.

We bieden teksten en ik krijg een veelvoud aan verhalen terug. De openhartigheid verrast mij, evenals het vertrouwen dat de lezers elkaar en mij geven. Leed en verdriet worden gedeeld, soms zo heftig dat ik niet weet wat ik er mee aan moet. Als ik een van de begeleiders aanspreek verzekert ze mij dat een van de deelnemers, die zwaar getroffen is door het noodlot, goede hulp krijgt.

De teksten leiden tot uiteenlopende reacties die veelal voortkomen uit verschillen in achtergrond, afkomst, opleiding en leeftijd van de lezers. Hoe groter de diversiteit, des te levendiger en verrassender het gesprek verloopt. Na het lezen van Koplands ‘Onder de appelboom’ belanden we in een mum van tijd onder de mangoboom in Suriname en vermaken ons met de yapyapi’s en lori’s (apen en luiaards). Ron Offerman neemt ons mee naar de grenzen van De Baarsjes waar kermis, bioscoop en circus Sarrasani voor avontuur zorgen. En na ‘Liedje’ van een Libische vluchteling beschrijft een vrouw het ochtendritueel in India, waar ze samen met haar oma bloemen plukte en aan de goden offerde.

De jonge medewerkers of stagiaires doen dikwijls een flinke duit in het zakje en kunnen daarmee het gesprek plots een andere kant op sturen. Zo vraagt een jongeman aan een in zichzelf gekeerde, stille vrouw om een reactie op de tekst van Neeltje van Beveren over knopen doorhakken. Hij doet dat spontaan en heel direct. Zij opent zich en vertelt een heftig verhaal over de keuzes die haar moeder moest maken in Nederlands-Indië ruim zeventig jaar geleden.

Pas lazen we ‘Dit is voor jou’ van Saskia de Coster. Het dichte doosje maakt veel los: bij sommigen wordt de nieuwsgierigheid aangewakkerd, anderen zien het als een veilige bewaarplaats voor dingen die de moeder niet met anderen wil delen, ook niet met haar dochter. Dan gaat er een telefoon en is ieders aandacht afgeleid. De moderne communicatiemiddelen worden onderwerp van gesprek en een jonge medewerkster vertelt over het fenomeen van de gezichtsherkenning. Zij kan de mobiele telefoon van haar moeder openen omdat ze zo veel op haar moeder lijkt, andersom werkt het vreemd genoeg niet. We lachen er om en bedenken samen dat een mobiele telefoon ook een klein doosje is waarin veel persoonlijke dingen zijn opgeslagen en dat misschien niet door anderen moet worden ontsloten.

De deelnemers komen heel trouw naar de bijeenkomsten en spreken erover met familie en vrienden. Soms sporen ze hen aan om mee te doen en werven op die manier nieuwe leden. Een aantal neemt de teksten mee naar huis en herleest ze of leest ze aan anderen voor, bijvoorbeeld aan de huishoudelijke hulp als die bezig is.

Voor de deelnemers maar zeer zeker ook voor mijzelf is het samenlezen een hartverwarmende en zinnenprikkelende activiteit. ”