TWINTIGtWINTIG

Begin van een nieuw jaar! Twintigtwintig! Klinkt supercool en alsof je helemaal bij de tijd bent, niet? Niks niet eerst dat ‘tweeduizend’, al die loden geschiedenis die je dan meetorst. Nee, gewoon lekker kek ‘twintigtwintig’. En als je je helemaal een beetje goed voor wilt doen, laat je in alle toonaarden blijken dat je trappelend van ongeduld dat nieuwe jaar in gaat duiken. Of het nou met of zonder ‘Ik pas’-voornemens is: enthousiast zul je klinken.

Maar soms is niets minder waar, niet? Het is gewoon nog steeds de donkerste tijd van het jaar, dus ergens diep in je lonkt de winterslaapgedachte. Wil je de dekens nog wel een tijdje over je hoofd heen trekken. Ontsnappen aan de harde werkelijkheid die je weer op staat te wachten na de met glitter en gloed overladen binnenhuiselijkheid van de kerstperiode.

Nog even geen to-do-lijstje met meer dan 5 klussen.
Geen ‘hoe zit jij eigenlijk op 19 mei of anders misschien 13 juni?’-vragen.
Geen nieuwe tenenkrommende tweet van Trump.
Geen Elfstedenkoorts wanneer het kwik onder de 5 graden Celsius daalt.
Geen boeren op trekkers die brand schreeuwen terwijl ze zelf het vuurtje nog eens lekker aanwakkeren én in de verte de zeespiegel al stijgt en we juist natte voeten moeten vrezen.

Kortom: ook last van vluchtfantasieën? Snakkend naar nog ‘even helemaal verdwijnen in een lekker boek’? Vooral doen! Wij van de Culturele Apotheek schrijven met alle liefde van die ontsnappingspillen voor. Maar we geloven ook in Julian Barnes als die schrijft: “Als je een geweldig boek leest, ontsnap je niet aan het leven, maar duik je er juist in.” Zo’n geweldig boek laat je juist ten diepste het leven voelen, daar diep onder de dekens. Het doet een beetje zeer, misschien, maar dat geeft dan niet. Zo’n boek.

Zo’n boek is bijvoorbeeld Het lied van de tijd van Julia Blackburn. Het laat je letterlijk duiken, de Noordzee in, naar het verzonken land dat daar op de bodem ligt, tussen het huidige Engeland en Nederland in. Doggerland heet het. Ooit, wel honderdduizenden jaren terug, leefden hier mensen en dieren, zo blijkt uit de pijlpuntjes die Blackburn bij haar strandwandelingen vindt. Uit oeroude sedimentlagen met sporen van mammoeten, blootgelegd door afkalvende kliffen. Uit tere voetafdrukken van vele duizenden jaren terug die een getijdenverandering opeens naar het aardoppervlak terugduwt. Blackburn doolt en graaft en speurt, en je vraagt je een tijdje af waarom, tot je snapt dat het haar troost. Dat je bang kunt zijn voor de toekomst, voor een vloedgolf nu het poolijs smelt, een nieuwe ijstijd wellicht. Maar dat je ook kunt omzien en bedenken: het water gaat al zo oneindig lang op en neer. Waar ooit land was is nu iets anders. Waar nu zee is komt ooit wel weer land. Wat is wordt altijd wat was. En dan ontstaat er ook weer iets nieuws. Zoiets.

Op een mooie duik in het nieuwe jaar!
Marije & Akke